Trainingsbroek

De reis is mooier dan de bestemming, zegt men. Maar zo mooi was de reis niet. De eerste de beste afslag die we moesten nemen reed ik al voorbij, met een bescheiden vakantieruzie tot gevolg. Maar een U-turn, mijn favoriete verkeersmanoeuvre, later waren we alweer op de goede weg, waardoor het alsnog met een sisser afliep. De reis was daarna snel afgelopen. Iets minder dan drie kwartier nadat we van huis waren vertrokken kwamen we aan op de plaats van bestemming. Ik ben nog nooit zo dicht bij huis op vakantie geweest. Met de auto op vakantie betekende altijd lekker veel cdx92s luisteren, bezwete dropjes en kleffe broodjes (witte puntjes) met ei eten. Maar dit jaar luisterden we gewoon naar de radio en aten we onderweg niets. Als het gezegde zou kloppen, dan stond ons een nare week voor de boeg.

Niets bleek minder waar. De camping, midden in het Noord-Hollandse duingebied, was ondanks de korte afstand een compleet andere wereld. En wat voor een wereld. Het leek op de set van de Amsterdamse versie van The Sopranos. Ras-Amsterdammers, die praatten zoals Jantje van Amsterdam in de documentaire Foute Vrienden, liepen af en aan langs onze stacaravan, gekleed in trainingspak. Of liever gezegd trainingsbroek, want bij voorkeur lieten ze het bovenlijf onbloot.Zonder uitzondering hadden ze er een vaste plek en kwamen ze er voor minimaal het dertigste achtereenvolgende jaar. Ons kent ons, en ons maakt bij voorkeur de hele dag flauwe grappen met ons.

x91Wat ga jij doen?x92 hoorde ik xe9xe9n van de buren zijn caravangenoten vragen. Ze liepen al een half uur heen en weer naar de kraan bij het toiletgebouw. Heen met lege flessen en emmers, terug met gevulde. De ene liep nu heen, maar zonder emmer of fles. De ander, die de vraag stelde, was op de terugweg. x91Ik ga effe pissen,x92 was het antwoord. x91Nou, probeer dan ook meteen effe een bout te leggen,x92 schalde er door ons laantje. x91Dan heb je dat ook meteen gehad.x92

Ik waande me midden in de Jordaan, toen daar nog Amsterdammers woonden in plaats van yuppen. Ik voelde mezelf er thuis, al ben ik alles behalve een Jordanees. Toch had ik binnen een dag zin om zelf ook in een trainingsbroek en mijn blote bast rond te lopen.

Maar gelukkig ken ik mijn beperkingen.

 

 

 

 

augustus 11, 2011
By on 20:51
Trainingsbroek

De reis is mooier dan de bestemming, zegt men. Maar zo mooi was de reis niet. De eerste de beste afslag die we moesten nemen reed ik al voorbij, met een bescheiden vakantieruzie tot gevolg. Maar een U-turn, mijn favoriete verkeersmanoeuvre, later waren we alweer op de goede weg, waardoor het alsnog met een sisser afliep. De reis was daarna snel afgelopen. Iets minder dan drie kwartier nadat we van huis waren vertrokken kwamen we aan op de plaats van bestemming. Ik ben nog nooit zo dicht bij huis op vakantie geweest. Met de auto op vakantie betekende altijd lekker veel cd’s luisteren, bezwete dropjes en kleffe broodjes (witte puntjes) met ei eten. Maar dit jaar luisterden we gewoon naar de radio en aten we onderweg niets. Als het gezegde zou kloppen, dan stond ons een nare week voor de boeg.

Niets bleek minder waar. De camping, midden in het Noord-Hollandse duingebied, was ondanks de korte afstand een compleet andere wereld. En wat voor een wereld. Het leek op de set van de Amsterdamse versie van The Sopranos. Ras-Amsterdammers, die praatten zoals Jantje van Amsterdam in de documentaire Foute Vrienden, liepen af en aan langs onze stacaravan, gekleed in trainingspak. Of liever gezegd trainingsbroek, want bij voorkeur lieten ze het bovenlijf onbloot.Zonder uitzondering hadden ze er een vaste plek en kwamen ze er voor minimaal het dertigste achtereenvolgende jaar. Ons kent ons, en ons maakt bij voorkeur de hele dag flauwe grappen met ons.

‘Wat ga jij doen?’ hoorde ik één van de buren zijn caravangenoten vragen. Ze liepen al een half uur heen en weer naar de kraan bij het toiletgebouw. Heen met lege flessen en emmers, terug met gevulde. De ene liep nu heen, maar zonder emmer of fles. De ander, die de vraag stelde, was op de terugweg. ‘Ik ga effe pissen,’ was het antwoord. ‘Nou, probeer dan ook meteen effe een bout te leggen,’ schalde er door ons laantje. ‘Dan heb je dat ook meteen gehad.’

Ik waande me midden in de Jordaan, toen daar nog Amsterdammers woonden in plaats van yuppen. Ik voelde mezelf er thuis, al ben ik alles behalve een Jordanees. Toch had ik binnen een dag zin om zelf ook in een trainingsbroek en mijn blote bast rond te lopen.

Maar gelukkig ken ik mijn beperkingen.

 

 

 

 


By on 19:51
Kutweer

Het rookhok bevindt zich achter in het cafe, naast de toiletten. Er hangen drie foto's aan de wand waarop je kunt zien hoe het er vroeger uitzag. De foto's zijn ergens in de negentiende eeuw gemaakt en sindsdien is er niet veel veranderd, alleen de bar staat op een andere plaats. Ook het rookhok stond er vast nog niet toen de fotograaf zijn plaatjes schoot. Tegenover de foto's hangt een blaadje waarop staat dat er in het rookhok niet wordt bediend. Het personeel hecht waarde aan de rookvrije werkplek. Maar voor haar maken ze een uitzondering. De ober loopt voor haar naar binnen met koffie, een bord sate met friet en hij zorgt ervoor dat ze nooit zonder glaasje wodka-jus zit. Ze zit er al de hele middag. Volledig in het zwart gekleed, haar zwarte sokken steken in zwarte Crocs en daarboven een legging in dezelfde kleur. Ook haar shirt is zwart en houdt haar gigantische borsten verborgen voor de buitenwereld. Die rusten op haar bovenbenen, alsof ze de hele week keihard hebben gewerkt.

Aan de buitenkant van het raam glijden de regendruppels langzaam naar beneden, ook voor hen is het zondag dus maken ze geen haast. Slecht weer maakt in de kroeg zitten net iets fijner, net zoals een boek zich het lekkerst laat lezen wanneer je opgekruld op de bank zit en de regen tegen het raam slaat. Geef mij elke dag maar een gure herfstbui, zou ik bijna zeggen. Maar dat zou betekenen dat ik niet meer op een terras zou zitten, waar je niet van je plaats hoeft op een sigaretje te roken. Dat zou jammer zijn.

'Laten we naar een kroeg gaan met een overdekt terras,' had mijn vriend P. gezegd toen we die morgen belden om te bepalen waar we zouden afspreken. 'Waar ze ook terrasverwarming hebben.' Eerder die week spraken we af dat we het weer zouden laten bepalen waar we heen zouden gaan. Het is dit cafe geworden. Het terras is gesloten.

Voor ons sigaretje moeten we derhalve toetreden tot haar domein. Ze zat aan het raam, met in het kozijn een kleine, grijze transistorradio waar licht hysterische, maar vrolijke deuntjes uitkwamen. 'India,' zei ze toen we binnenkwamen, en zette het volume wat zachter. We raakten aan de praat over de foto's aan de wand en ze vertelde erover alsof ze ook bij de opening al haar vaste plek had, toen nog aan de toog. Daar had ze altijd gezeten, elke dag van de week, totdat ze door het rookverbod verbannen was naar de kleine ruimte waar ze nu al de hele middag zit. Voor haar neus een pakkie shag, waarnaast een immense aansteker ligt waarvan ik vermoed dat ze hem rechtstreeks op de bel van Slochteren aansluit als het tijd is om de aansteker opnieuw te vullen.

We hebben onze sigaret uitgedrukt en staan op om weer naar onze tafel te lopen. Zij blijft zitten in het rookhok en zet Mumbay FM weer iets harder. Terwijl de zomerse klanken aanzwellen kijkt ze naar buiten door de zwarte zonnebril die ze geen moment heeft afgezet en zucht. 'Wat een kutweer.' 

 

augustus 3, 2011
By on 19:05
Kutweer

Het rookhok bevindt zich achter in het cafe, naast de toiletten. Er hangen drie foto's aan de wand waarop je kunt zien hoe het er vroeger uitzag. De foto's zijn ergens in de negentiende eeuw gemaakt en sindsdien is er niet veel veranderd, alleen de bar staat op een andere plaats. Ook het rookhok stond er vast nog niet toen de fotograaf zijn plaatjes schoot. Tegenover de foto's hangt een blaadje waarop staat dat er in het rookhok niet wordt bediend. Het personeel hecht waarde aan de rookvrije werkplek. Maar voor haar maken ze een uitzondering. De ober loopt voor haar naar binnen met koffie, een bord sate met friet en hij zorgt ervoor dat ze nooit zonder glaasje wodka-jus zit. Ze zit er al de hele middag. Volledig in het zwart gekleed, haar zwarte sokken steken in zwarte Crocs en daarboven een legging in dezelfde kleur. Ook haar shirt is zwart en houdt haar gigantische borsten verborgen voor de buitenwereld. Die rusten op haar bovenbenen, alsof ze de hele week keihard hebben gewerkt.

Aan de buitenkant van het raam glijden de regendruppels langzaam naar beneden, ook voor hen is het zondag dus maken ze geen haast. Slecht weer maakt in de kroeg zitten net iets fijner, net zoals een boek zich het lekkerst laat lezen wanneer je opgekruld op de bank zit en de regen tegen het raam slaat. Geef mij elke dag maar een gure herfstbui, zou ik bijna zeggen. Maar dat zou betekenen dat ik niet meer op een terras zou zitten, waar je niet van je plaats hoeft op een sigaretje te roken. Dat zou jammer zijn.

'Laten we naar een kroeg gaan met een overdekt terras,' had mijn vriend P. gezegd toen we die morgen belden om te bepalen waar we zouden afspreken. 'Waar ze ook terrasverwarming hebben.' Eerder die week spraken we af dat we het weer zouden laten bepalen waar we heen zouden gaan. Het is dit cafe geworden. Het terras is gesloten.

Voor ons sigaretje moeten we derhalve toetreden tot haar domein. Ze zat aan het raam, met in het kozijn een kleine, grijze transistorradio waar licht hysterische, maar vrolijke deuntjes uitkwamen. 'India,' zei ze toen we binnenkwamen, en zette het volume wat zachter. We raakten aan de praat over de foto's aan de wand en ze vertelde erover alsof ze ook bij de opening al haar vaste plek had, toen nog aan de toog. Daar had ze altijd gezeten, elke dag van de week, totdat ze door het rookverbod verbannen was naar de kleine ruimte waar ze nu al de hele middag zit. Voor haar neus een pakkie shag, waarnaast een immense aansteker ligt waarvan ik vermoed dat ze hem rechtstreeks op de bel van Slochteren aansluit als het tijd is om de aansteker opnieuw te vullen.

We hebben onze sigaret uitgedrukt en staan op om weer naar onze tafel te lopen. Zij blijft zitten in het rookhok en zet Mumbay FM weer iets harder. Terwijl de zomerse klanken aanzwellen kijkt ze naar buiten door de zwarte zonnebril die ze geen moment heeft afgezet en zucht. 'Wat een kutweer.' 

 


By on 18:05
Babyzegels

Mijn blog voor vrouw.nl van 15 juli.

Met mijn mandje vol luiers, snoetenpoetsers, babyshampoo en Nutrilon stond ik in de rij voor de kassa. 'Niet vergeten babyzegels te vragen,' herhaalde de stem in hoofd een paar keer. Ik vergeet ze vaak te vragen wanneer het anders zo overdreven klantvriendelijke personeel van de drogist ze vergeet te geven. Lees verder.

juli 18, 2011
By on 20:30
Handjes thuis

Mijn blog voor vrouw.nl van 8 juli.

Ik zie nog steeds gebeuren wat mij vroeger als kleine jongen overkwam als ik met mijn moeder in een drogist was. Toen ook al hadden ze daar van die bakken met snoep staan. In allerlei kleuren schreeuwden die snoepjes naar me. Ik wist dat mijn moeder nooit een puntzak zou pakken en tegen mij zou zeggen dat ik mocht uitkiezen waarmee ze die moest volscheppen. Lees verder.


By on 20:28
Cato 2.0

Mijn blog voor vrouw.nl van 1 juli.

Sinds kort kan Cato van haar rug op haar buik rollen. En als ze dan op haar buik ligt, trekt ze haar beentjes op zodat haar kniexebn onder haar billen liggen. De eerste stap op weg naar kruipen, de volgende update van haar systeem. Lees verder


By on 20:27
Hoezo vaderdag

 Mijn blog voor vrouw.nl van 24 juni.

'Maar dan ben je zondagochtend niet thuis,' zei ze. 'Op vaderdag.' Het was vorige week vrijdag en ik had net verteld dat ik zaterdagnacht niet thuis zou slapen, omdat ik die dag een voetbaltoernooi had. Lees verder


By on 20:24
Babyzegels

Mijn blog voor vrouw.nl van 15 juli.

Met mijn mandje vol luiers, snoetenpoetsers, babyshampoo en Nutrilon stond ik in de rij voor de kassa. 'Niet vergeten babyzegels te vragen,' herhaalde de stem in hoofd een paar keer. Ik vergeet ze vaak te vragen wanneer het anders zo overdreven klantvriendelijke personeel van de drogist ze vergeet te geven. Lees verder.


By on 19:30
Handjes thuis

Mijn blog voor vrouw.nl van 8 juli.

Ik zie nog steeds gebeuren wat mij vroeger als kleine jongen overkwam als ik met mijn moeder in een drogist was. Toen ook al hadden ze daar van die bakken met snoep staan. In allerlei kleuren schreeuwden die snoepjes naar me. Ik wist dat mijn moeder nooit een puntzak zou pakken en tegen mij zou zeggen dat ik mocht uitkiezen waarmee ze die moest volscheppen. Lees verder.


By on 19:28